Persberichten

Volvo 164 viert veertigste verjaardag

 

 

Nadat Volvo ruim tien jaar lang geen model met een zescilindermotor had aangeboden, was het in augustus 1968 tijd voor de onthulling van het gamma voor het jaar daarop. De nieuwe 164, een grote auto voor het hogere en op luxe gerichte segment, was onderdeel van het nieuwe gamma. Het cijfer ‘6' in het typenummer gaf aan dat de auto was voorzien van een zescilindermotor.

 

Stijlvol, elegant en comfortabel

‘De Volvo 164: een stijlvolle, luxueuze auto met een nieuwe zescilinder lijnmotor, een elegant en comfortabel interieur en een scala aan eigenschappen die dit model een vaste plaats geven in een prijsklasse die nieuw is voor Volvo. De 164 is een nieuwe exclusieve auto die op een natuurlijke en waardevolle manier de Volvo Amazon (P120) en de Volvo modellen 142/144 aanvult. De auto vormt een aantrekkelijke en succesvolle uitbreiding van Volvo's gamma.' Zo werd de nieuwe auto omschreven in een intern informatiepakket, voorafgaand aan zijn introductie medio augustus 1968. Het was geschreven als een persbericht en is daarom niet alleen erg toegankelijk, maar nodigt ook uit om uit te citeren.

 

De krachtige zes-in-lijn  

Toen Volvo de productie van de PV830 in 1957 stopte, betekende dit ook het einde van de zescilindermotoren in Volvo's personenauto's. De motoren B16, B18 en B20 voorzagen tussen 1957 en 1968 in diverse uitvoeringen het gehele wagenpark van aandrijving. Velen dachten met weemoed terug aan de forse en krachtige, maar ook stille zescilinders van Volvo, die oneindig dienst leken te doen, en de ruime en comfortabele auto's waarin ze waren gemonteerd.

 

Daarom startte al snel na het einde van de productie van de PV830 een nieuw project - project 358 - waarvan het doel was om een moderne vervanger te ontwikkelen, die werd uitgerust met de V8-motor uit het Philip-prototype. Deze motor werd onder typenummer B36 ook in de Volvo Snabbe (‘Snelle') lichte vrachtauto gemonteerd.

De plannen voor de introductie van de V8 werden echter al snel overboord gezet. In plaats daarvan besloot Volvo om een zescilinder lijnmotor met 2,7 liter cilinderinhoud te ontwikkelen, die te vergroten was naar 3,0 liter. Het motorproject was niet gebonden aan deadlines en toen de B30-motor (3,0 liter) uiteindelijk gepresenteerd werd, vermeldde Volvo het volgende: ‘Onze ingenieurs hebben altijd oog voor de toekomst en aan de basis van deze motor liggen duizenden uren van ontwikkelen en testen, de uitgelezen kennis en ervaring opgedaan met andere Volvo-motoren, en de laatste innovaties en technologie. De B30-motor is opgebouwd volgens hetzelfde principe als de bekende en vermaarde B18-motor. Hij heeft alle eigenschappen en kwaliteiten die deze kleinere motor zijn wereldwijde reputatie van betrouwbaarheid en duurzaamheid heeft opgeleverd.'

En zo was het ook. De zes-in-lijnmotor is een ideaal motorconcept - geheel uitgebalanceerd en met een zeer efficiënte constructie met een ‘koude' en een ‘hete' kant, waardoor de motor soepel en stil loopt. Wanneer het aankomt op een combinatie van souplesse, trekkracht en ontspannen draaien op hoge snelheid en gedurende lange perioden, kunnen maar weinig motortypen tippen aan de zes-in-lijn.

 

De eerste met een uitlaatcontrole

De B30 had dezelfde boring en slag als de B20: 88.9 x 80 mm. Met andere woorden: het was een soort modulaire motor nog voordat dit begrip bestond. Die aanpak werd onderstreept door onderling uitwisselbare kleppen, zuigers en zuigerstangen voor de B18-, B20- en B30-motoren. Het vermogen, het koppel en het karakter van de motor waren vergelijkbaar met die van andere drieliter zescilindermotoren, maar op één gebied was Volvo de concurrenten ver vooruit:

‘Met zijn motoren voor 1969 pioniert Volvo wederom in de autowereld - een uitlaatfilter is standaard. Het principe is eenvoudig: door aanpassingen aan de carburateur en het inlaatsysteem ontstaat een volledigere verbranding bij lage toerentallen dan bij vergelijkbare motoren.'

De speciale maatregelen betroffen temperatuurmetingen van de carburateurs - voor een constante temperatuur van het brandstofmengsel, ongeacht de omstandigheden - en een extra klep in het inlaatspruitstuk voor een uitdrukkelijke werveling en voorverstuiving van het mengsel. Het resultaat is minder uitstoot van koolmonoxide en koolwaterstof.

Bij hoge toerentallen openden de inlaatkleppen zich zodat de brandstofmix direct in de motor stroomde. De voorverstuiving was niet nodig aangezien de verbranding efficiënt genoeg was.

De 164 was direct leverbaar met keus uit drie transmissies: een handgeschakelde vierversnellingsbak, een vierversnellingsbak met overdrive en een drietrapsautomaat. De handgeschakelde transmissies werden bediend via een relatief korte versnellingspook op de vloer tussen de voorstoelen, maar de 164 was ook leverbaar met een voorbank en stuurschakeling. De auto's met automatische transmissie waren alleen met een keuzehendel aan de stuurkolom verkrijgbaar. 

 

Comeback van de diagonale lijn op de grille
De wielbasis van de 164 bedroeg 270 centimeter, 10 centimeter meer dan alle andere modellen in het gamma. De langere wielbasis zorgde voor ruimte voor de lange motor voorin en extra beenruimte voor de achterpassagiers. Verder was de 164 uiterlijk gelijk aan de Volvo 144, met slechts enkele verschillen: het front en de motorkap. Het feit dat de grille vertikaal staat en vrijwel vierkant is - een duidelijke verwijzing naar de fabrikanten van luxueuze auto's in Crewe en Stuttgart - vinden we vreemd genoeg niets terug in het informatiemateriaal. Over de terugkeer - na twintig jaar afwezigheid - van het merklogo op de diagonale lijn over de grille vinden we ook niets terug.

    

De krachtigste Volvo-motor ooit

De fijne wollen bekleding van de stoelen en deurpanelen gaf de 164 een exclusieve uitstraling, maar duurzaam was die helaas niet. Al na een jaar was lederen bekleding standaard en velours een optie. Net als de rest van het gamma onderging ook de 164 een reeks technische en cosmetische veranderingen, terwijl de ontwikkeling van de auto doorging.

De introductie in de herfst van 1971 van de 164E met benzine-injectie was misschien wel de belangrijkste stap in de geschiedenis van het model. De B30E was met zijn 175 (SAE) pk op dat moment de krachtigste motor ooit in een Volvo-personenauto.

De B30 werd ook nog in andere auto's gemonteerd. Bijzonder is dat hij de prachtige conceptauto 3000 GTZ van Zagato heeft aangedreven. Maar de B30 werd ook gebruikt in de productieserie van de Marcos-sportauto uit Groot Brittannië, die ook leverbaar was met de 1.800 cm3 metende B18-motor.

   

In de herfst van 1974 werd de 164 vervangen door de nieuwe Volvo 264 met de V6-motor die door Volvo, Peugeot en Renault was ontwikkeld. Deze motor dreef in diverse uitvoeringen de topmodellen van Volvo aan, totdat in de herfst van 1990 een nieuwe zescilinder lijnmotor, geheel uit aluminium vervaardigd, dienst ging doen in het toen nieuwste topmodel van Volvo, de 960.

 

Luxe auto voor 25.000 kronen 

Een prijsvergelijking uit 1970 levert het volgende prijzenoverzicht op voor diverse modellen die in Zweden te koop waren. De goedkoopste uitvoering van de 164 met een handgeschakelde vierversnellingsbak kostte 25.300 Zweedse kronen, terwijl de duurste 164 - een automaat met zonnedak - 27.150 Zweedse kronen kostte. In hetzelfde jaar betaalde je voor een Volvo Amazon zo'n 17.500 Zweedse kronen, afhankelijk van de uitvoering.
Deze prijzen kunnen worden vergleken met een selectie van tijdelijke concurrenten: de BMW 2000 TI 26.950 kronen; Citroën DS20 25.250 kronen; Mercedes-Benz 200 25.950 kronen; Mercedes-Benz 220 26.950 kronen; Ford Mustang HT (zes cilinders en drie versnellingen) 26.150 kronen; Opel Commodore GS 24.200 kronen; Plymouth Valiant 27.555 kronen; Rover 3500 V8 26.900 kronen.

 

Het fundament voor de grote Volvo-sedans van vandaag

‘De Volvo 164 verstevigt Volvo's uitstekende reputatie als fabrikant van hoogwaardige auto's, niet in de laatste plaats door steeds een passend model te bieden voor een doelgroep in de groei (zowel sociaal als in termen van inkomen).'

 

Termen als ‘marktsegment' en ‘niche' waren er nog niet, maar dat is precies waar het hier om ging. En deze woorden behielden hun kracht aangezien de 164 het fundament legde voor zijn opvolger, de Volvo 260. Die zorgde op zijn beurt weer voor een solide basis voor de zeer succesvolle 760, de auto die Volvo voorgoed op de kaart zette als fabrikant van hoogwaardige auto's die zowel prestige als prestaties belichamen. De 164 is nog altijd de hoeksteen voor de modellen die in de loop der jaren hebben geleid tot grote, moderne zescilinder-Volvo's zoals de Volvo S80 vandaag. 

 

 

 

 

Keywords:
Historie
Omschrijvingen en feiten in dit persmateriaal zijn gerelateerd aan Volvo Cars`s internationale auto gamma. Omschreven features kunnen optioneel zijn. Voertuigomschrijvingen kunnen variëren per land en mogen worden aangepast zonder voorafgaande notificatie.

For information on how Volvo Cars process your personal data in relation to Volvo Cars Global Newsroom click here.

De Volvo Car Perskamer maakt gebruik van cookies om uw gebruikerservaring op deze website te optimaliseren. De cookies op deze site slaan geen persoonsgebonden gegevens op. Lees ons Cookiebeleid voor meer informatie.

Accepteer